Jeugdreglement

Jeugdwedstrijden

De jeugdwedstrijden worden onderverdeeld in categorieën:

  • Categorie II-wedstrijden:
    • Nationale Kampioenschappen (afgekort: NK)
    • landelijk jeugdwielerfestijn (afgekort: LJWF)
    • Regionale jeugdwedstrijden
    • Nationale jeugdwedstrijden
    • vakantiekampen
    • jeugdtoernooien
  • Categorie IV-wedstrijden
    • Club- en interclubwedstrijden

Je jeugdleider heeft een lijst van de wedstrijden waaraan je mee kunt doen.
Zo’n lijst noemt men een wedstrijdkalender. Kijk naar welke jeugdwedstrijden er in Limburg zijn op de Limburgse jeugdkalender.

Als je mee wilt doen aan een wedstrijd in het buitenland, moet je club daarvoor toestemming vragen aan de consul.
De consul is iemand die, namens de KNWU, in je district de wedstrijdzaken regelt.
Jeugdlicenties

Met een jeugdlicentie mag je meedoen aan alle soorten jeugdwedstrijden.

Heb je geen jeugdlicentie maar ben je wel basislid, dan mag je meedoen aan categorie IV-wedstrijden in het district waartoe je club behoort.
Je kunt zelfs basislid worden vlak voor aanvang van de wedstrijd.

 

Categorie-indeling

De jeugd wordt onderverdeeld in leeftijdsgroepen.
Zo’n leeftijdsgroep noemt men een categorie.
Je hebt de categorieën 1 tot en met 7.

Word je in de loop van het jaar 8 jaar oud, dan rijd je het gehele jaar in categorie 1.
Ieder jaar ga je een categorie hoger rijden.
In het jaar dat je 14 wordt, rijdt je dan in categorie 7.

Maar meisjes rijden een categorie lager dan even oude jongens.
Een meisje kan dus twee jaar in categorie 1 rijden, want in het jaar dat ze 9 jaar oud wordt, mag ze ook nog in categorie 1.

We zullen even een tabel maken:

 1

Jongens in het jaar dat ze acht worden

Meisjes in het jaar dat ze acht worden

Meisjes in het jaar dat ze negen worden

 2

Jongens in het jaar dat ze negen worden

Meisjes in het jaar dat ze tien worden

 3

Jongens in het jaar dat ze tien worden

Meisjes in het jaar dat ze elf worden

 4

Jongens in het jaar dat ze elf worden

Meisjes in het jaar dat ze twaalf worden

 5

Jongens in het jaar dat ze twaalf worden

Meisjes in het jaar dat ze dertien worden

 6

Jongens in het jaar dat ze dertien worden

Meisjes in het jaar dat ze veertien worden

 7 Jongens in het jaar dat ze veertien worden

Overigens zijn tijdens clubwedstrijden de regels veel soepeler.
Daar bepaalt de club de categorie-indeling.
Zo wordt er soms voor gekozen renners van gelijke sterkte tegen elkaar te laten rijden, en is de leeftijd minder belangrijk.

Let echter op het volgende: als je ‘s-winters aan baanwedstrijden of veldritten meedoet, ga je al over naar de volgende categorie als die wedstrijden beginnen.
Je rijdt dan het gehele baan- of veldritseizoen in dezelfde categorie, en behoeft niet tussentijds over.

We zullen met een voorbeeld duidelijk maken hoe het werkt.
Stel dat je in de loop van dit jaar 12 jaar oud wordt.
Als je een jongen bent, rijd je dan het gehele wegseizoen in categorie 5.
Maar in oktober, als je mee gaat doen aan baanwedstrijden of veldritten, moet je rijden in categorie 6.
Ben je een meisje, dan rijd je een categorie lager.
Dus als je dit jaar 12 jaar wordt, dan op de weg in categorie 4, en komende winter op de baan of in het veld in categorie 5.
Als je volgend jaar 8 jaar wordt, mag je dit najaar al aan veldritten en baanwedstrijden meedoen, in categorie 1.
Je zou dus voor de laatste drie maanden nog een licentie kunnen nemen.

 

Maximale afstanden jeugdwedstrijden
Categorie Criterium Tijdrit Ploegentijdrit Veldritten
1 6 km 2 km 4 km 10 minuten
2 8 km 3 km 6 km 12 minuten
3 12 km 4 km 8 km 15 minuten
4 15 km 6 km 10 km 17 minuten
5 20 km 8 km 12 km 20 minuten
6 25 km 10 km 14 km 22 minuten
7 30 km 12 km 16 km 25 minuten

Renners die achterop zijn geraakt, kunnen terecht komen in de eindsprint van de kopgroep of het peloton.
Dat kan gevaarlijk zijn en verwarring veroorzaken.
De jury zal daarom deze renners vaak iets eerder af laten stappen of af laten sprinten.

 

Aantallen deelnemers

Tijdens jeugdwedstrijden mogen per categorie of serie maximaal de volgende aantallen renners deelnemen:

categorie weg veldrijden baan
1 35 35 8
2 35 35 8
3 45 45 12
4 50 50 12
5 55 55 16
6 65 65 16
7 75 75 20

Afhankelijk van het parkoers kan de consul deze maximale aantallen verhogen of verlagen.

 

Dispensaties

Als je veel wedstrijden wint, wil je misschien liever in een hogere categorie meedoen.
Je club kan dan aan de consul vragen of je één categorie hoger mag rijden.
Dat noemt men “dispensatie aanvragen”.
Hou er wel rekening mee, dat je dit niet ongedaan kunt maken.
Als je in een hogere categorie rijdt, moet je daar in blijven tot het veldritseizoen begint.
Zodra het veldritseizoen begint, kun je in dezelfde categorie blijven, of opnieuw dispensatie aanvragen.

Je club kan ook dispensatie voor je aanvragen om in een lagere categorie te rijden.
Daar zijn regels voor.
Je moet dan in drie achtereenvolgende jeugdtoernooien een achterstand van meer dan een ronde (of ± 1 km) hebben opgelopen.

De dispensatie kan ook worden ingetrokken.
Dat gebeurt als je in drie jeugdtoernooien bij de eerste vijf in de uitslag voorkomt.

Natuurlijk mag je ook zelf de dispensatie in laten trekken.

De dispensatieregels zijn tegenwoordig voor jongens en meisjes hetzelfde.
Nog maar eens twee voorbeelden:
Een jongen die in de loop van het jaar 12 jaar wordt, rijdt normaal in categorie 5, en kan dispensatie krijgen om in categorie 4 of 6 te rijden.
Een meisje dat 12 jaar wordt, rijdt normaal in categorie 4, en kan dispensatie krijgen om in categorie 3 of 5 te rijden.

Inschrijven voor wedstrijden

Inschrijven voor een categorie-II-wedstrijd doe je via de website van de KNWU, www.knwu.nl
Rechtsboven heb je de mogelijk in te loggen. Daarvoor gebruik je dezelfde codes als waarmee je je licentie aanvraagt.
Je komt dan op een nieuwe pagina. Bovenin klik je op “Wedstrijden”.
Selecteer de wedstrijd waarvoor je in wilt schrijven.
Vul de categorie in waarin je rijdt. Als je dat niet weet, vraag het dan aan je jeugdleider.
Je kunt ook je bankrekeningnummer invullen, maar er wordt geen geld afgeschreven, want deelname aan jeugdwedstrijden is gratis.
Controleer alles goed en klik dan op “Aanmelden”.
Als alles goed is gegaan krijg je op je scherm de melding dat je inschrijving succesvol is ontvangen.
Als de organisator je op de deelnemerslijst heeft gezet, krijg je van de KNWU een e-mail. Dat is je startbewijs.

Natuurlijk moet je wel aan je jeugdleider laten weten voor welke wedstrijden je hebt ingeschreven. Hij moet immers voor de wedstrijd je rugnummer afhalen.

Het is voor de organisator van een wedstrijd erg vervelend als veel renners wegblijven, of als er (op het laatste moment) veel moeten worden bijgeschreven.
Schrijf dus op tijd in, en schrijf zo spoedig mogelijk af als je toch niet kunt.

Jeugdrenners mogen, reglementair gezien, iedere dag aan één wedstrijd deelnemen.
Natuurlijk betekent dat niet dat de KNWU het verstandig vindt als een jeugdrenner iedere dag aan een wedstrijd mee doet.
Ieder mens heeft van tijd tot tijd rust nodig, en jeugd zelfs wat meer.
Van een wedstrijd wordt je niet alleen lichamelijk moe, het brengt ook spanning met zich mee. Ook daarvan moet je bijkomen !

 

Rijwielen

Er zijn geen speciale regels voor de fietsen waarmee de jeugd aan wedstrijden meedoet.
Ze moeten aan dezelfde eisen voldoen als de fiets van bijv. een nieuweling.
Het moet echter wel een traditionele racefiets zijn, ook bij tijdritten.
Tijdritfietsen zijn dus niet toegestaan.
Ook bijzondere voorzieningen, zoals opzetsturen of dichte wielen, zijn verboden.
Wielen moeten ook traditioneel zijn en ten minste 12 metalen spaken hebben. De dwarsdoorsnede van de spaken mag niet meer zijn dan 2,4 mm.
Aan regionale veldritten mag ook met een mountainbike worden deelgenomen.
Wil je precies weten aan welke eisen een fiets moet voldoen? Kijk dan eens in het reglement vanaf artikel 1.3.001
Behoor je tot categorie 1, 2, 3 of 4? Dan mag je geen bidon meenemen tijdens de wedstrijd. Niet op de fiets en niet in je rugzak.

Toegestane verzetten

Een fiets heeft een zogenaamd “verzet”.
Dat is de afstand die de fiets aflegt als de trapas precies één keer ronddraait.
Als je een heel groot voortandwiel en een heel klein achtertandwiel hebt, dan legt de fiets een grote afstand af.
Men zegt dan dat je een zwaar verzet hebt.

Als jeugdrenner mag je niet met een zwaar verzet rijden.
Je verzet mag niet zwaarder zijn dan:

categorie weg baan veldrijden
1 5,46 m 5,46 m 5,22 m
2 5,46 m 5,46 m 5,22 m
3 5,78 m 5,78 m 5,52 m
4 5,78 m 5,78 m 5,52 m
5 6,14 m 6,14 m 5,87 m
6 6,14 m 6,14 m 5,87 m
7 6,55 m 6,55 m 6,26 m

Soms worden categorieën gecombineerd. Dat kan gevolgen hebben voor het toegestane verzet. Stel dat cat. 4 en 5 samen rijden. Als er is maar één prijzenschema is, dan mogen renners die tot cat. 4 behoren met het verzet van cat. 5 rijden. Maar dat mag niet als er aparte prijzen zijn.
Dat speelt ook bij ploegentijdritten. Iedere renner mag dan rijden met het verzet van de hoogste categorie.

Vaak wordt door de jury gecontroleerd of je verzet niet te zwaar is.
Die controle kan voor of na de wedstrijd plaatsvinden.
De jury maakt daarbij gebruik van een meetlat.
Je ketting wordt eerst op het grootste voortandwiel en het kleinste achtertandwiel gelegd.
Daarna wordt je fiets achteruit gereden totdat de trapas precies één keer rond is gedraaid.
Op de meetlat is dan te zien hoe zwaar je verzet is.

Let op: als je een andere band op het achterwiel legt die wat hoger of lager is dan de vorige, verandert je verzet !
Dat kan aardig doortellen, want als de band 3 mm hoger is, wordt het verzet al bijna 2 cm zwaarder.

Het verzet dat op een fiets zit, kun je ook uitrekenen:
neem de werkelijke omtrek van het achterwiel met opgepompte band (dus even opmeten door een meetlint rond het wiel te trekken),
vermenigvuldig dit met het aantal tanden van het voortandwiel,
en deel de uitkomst door het aantal tanden van het achtertandwiel.

Het kan ook andersom:
vermenigvuldig het aantal tanden van het achtertandwiel met het toegestane verzet,
en deel de uitkomst door de wielomtrek;
afgerond naar beneden heb je dan het maximale aantal tanden van het voortandwiel.

Of:
vermenigvuldig het aantal tanden van het voortandwiel met de wielomtrek,
en deel de uitkomst door het toegestane verzet;
afgerond naar boven heb je dan het minimale aantal tanden op het achtertandwiel.

 

Materiaalverzorging tijdens wedstrijden

Het kan gebeuren dat je tijdens een wegwedstrijd pech krijgt met je fiets, of dat je valt.

Als je behoort tot categorie 1, 2, 3 of 4, en je krijgt pech tijdens het eerste gedeelte van je wedstrijd, dan mag je meedoen bij de volgende categorie of serie.
Maar: je wordt dan niet in de uitslag opgenomen. Ook zul je wat eerder de wedstrijd moeten verlaten.
Dat noemt men “buiten mededinging meedoen”.
Buiten mededinging meedoen mag overigens niet bij Nationale Kampioenschappen.

Als je behoort tot categorie 5, 6 of 7 is het anders geregeld.
Je mag dan van materiaal verwisselen.
Je kunt een ander wiel in je fiets zetten, of desnoods een andere fiets nemen.
Let er wel op dat je nog steeds het goede verzet hebt !
Als het parkoers korter is dan 2½ km, behoef je zelfs geen haast te maken.
In dat geval heb je recht op een ronde vergoeding.
Dat betekent dat je een rondje mag overslaan en weer aansluiten bij de groep waarin je zat.
Maar: dat mag weer niet tijdens de laatste 5 km en de laatste 5 ronden. Dan moet je snel verwisselen en direct verder rijden.

Er zit echter een addertje onder het gras: de jury moet hebben gezien dat je pech hebt.
Het reglement zegt dat de pech door de jury moet zijn geconstateerd en erkend.
Ook moet je verwisselen op een door de jury of organisatie aangewezen plaats, de zogenaamde “materiaalverzorgingsplaats”.
Als de pech je eigen schuld is, bijv. omdat moeren niet goed vastzaten, dan kan de jury weigeren je een ronde vergoeding te geven.

En als je valt? Dan geldt hetzelfde als bij materiaalpech. Natuurlijk moet het voor de jury duidelijk zijn dat je echt bent gevallen.

En als je voor de tweede keer pech krijgt of valt?
Dat is dubbel pech.
Dan moet je (als dat gaat) direct verder rijden, want je mag maar één keer een rondje overslaan.

Bij veldritten is het iets anders geregeld.
Als je tot categorie 5, 6 of 7 behoort, mag je tijdens veldritten van materiaal verwisselen.
Dat mag ook als je fiets vuil is. Het is dus niet nodig dat je pech hebt.
Ook hier moet het verwisselen van materiaal gebeuren op de door de jury of organisatie aangewezen materiaalpost. (Dit mag ook een dubbele materiaalpost zijn.)
Let op: wisseling van materiaal mag alleen geschieden in de “pitsstraat”, en als je door de “pitsstraat” rijdt, moet je ook van materiaal verwisselen. Anders mag je er niet doorheen rijden !!
Voor aanvang van de wedstrijd vindt er materiaalcontrole en fietsmarkering plaats. Ook de “wisselfiets” of achterwiel moet ter controle worden aangeboden.
Je mag niet met een mountainbike deelnemen aan de selectiewedstrijden en/of het Nederlands Kampioenschap.
Je hebt bij veldritten nooit recht op een ronde vergoeding.

Andere verzorging, bijv. het aanreiken van een bidon tijdens de wedstrijd, is nooit toegestaan.

Prijzen

Jeugd mag uitsluitend rijden om ereprijzen (bekers, standaards, medailles e.d.) met een maximale afmeting van 25 cm (in elke willekeurige richting).
Per 5 deelnemers dient minimaal een eindprijs beschikbaar te zijn.
Tijdens de landelijke toernooien dient voor de eerste drie aankomende meisjes in de categorieën 5, 6 en 7 een extra prijs beschikbaar te zijn.